De bouw van de Tibetaanse Terriėr
(deel 1, de voorhand)
tibetaanse terrier ras info
In dit artikel zullen we de bouw van onze Tibetaanse Terrier behandelen, we zullen het stap voor stap doen om zo een totaal beeld te geven van de constructie van onze Tibetaanse Terrier.
Het hoofd hebben we vorige maand behandelend en zo nu zullen we de rest van de voorhand onder de loep nemen.

In onze rasstandaard staat omschreven:
VOORHAND: Zwaar bevederd, schouders goed geplaatst, benen recht en evenwijdig, middenvoetsbeentje iets schuinstaand.
Nu eerst is het natuurlijk van groot belang hoe een voorhand is opgebouwd. Een voorhand bestaat uit het hoofd, de hals en de voorpoot. Respectievelijk schouderblad, opperarm, ellepijp, spaakbeen, handwortelbeentjes, middenhandbeentjes en vingerkootjes.

De hals bestaat uit 7 wervels, de hals behoort van een normale lengte te zijn niet te kort en niet te lang, hij moet wel voldoende breed zijn en krachtig.
Het schouderblad, dit is een plat been en ligt tegen de borstwand aan is hiermee verbonden door middel van zware spieren. De bovenzijde van het schouderblad noemen we de schoft. Het schouderblad moet voldoende schuin liggen en mag niet te ver naar voren liggen. De hond heeft geen sleutelbeen zoals bij mensen, in plaats daarvan heeft hij spieren die hun werk moeten verrichten.
Om te kunnen bepalen of de schouder voldoende schuin ligt, kunnen we de kam, dit is de richel die over het schouderblad ligt aftasten om zo te voelen of deze schuin wegloopt en niet rechtop ligt. Ook mag het schouderblad niet te kort of te lang zijn ten opzichte van de opperarm.
voorpoot
1   - schouderblad
2   - opperarmbeen
3   - spaakbeen
4   - ellepijp
5   - handwortelbeentjes
6   - middenhandsbeentjes
7   - teenkootjes
8   - halswervels  
A  - boeggewricht
B  - ellebooggewricht
C  - pols
voet
De voet van de Tibetaanse Terrier vanaf de onderkant bekeken!!
De opperarm dit is een pijpbeen, dat grotendeels tegen de borstwand ligt. Ook hier is een goede hoeking vereist. De opperarm moet ook van voldoende lengte zijn, als hij te kort is toont de Tibetaan kortbenig, dit is fout.

Spaakbeen en ellepijp, beide zijn pijpbeenderen. Het spaakbeen ligt aan de voorzijde en is het zwaarste bot van deze twee, de ellepijp zit aan de achterzijde van de poot.
Deze beenderen moeten van voldoende bone (botsterkte) zijn.

Handwortelbeentjes, dit zijn korte beenderen en liggen in twee rijen van drie botjes boven elkaar.

Middenhandsbeentjes, deze liggen onder de handwortelbeentjes. Een hond heeft 4 middenhandsbeentjes.

Vingerkootjes, een hond heeft vier tenen, die op de grond steunen en die ieder
tibetaanse terrier rasinfo
bestaan uit 3 vingerkootjes.   Aan de binnenzijde van de poot bevindt zich boven de grond nog een vijfde teen, de duim. Deze duim bestaat uit twee kootjes.

De beenderen onderling zijn verbonden met elkaar door gewrichten.
tibetaanse terrier rasinfo

De schouderbladen zijn niet door een gewricht met de romp verbonden, maar door spieren. Door deze verbinding kunnen zij grote klappen opvangen als ze bijvoorbeeld springen.

Tussen het schouderblad en het opperarmbeen ligt het schoudergewricht, deze wordt ook wel boeggewricht genoemd.

Het opperarmbeen vormt ook een gewricht met het spaakbeen en de ellepijp, dit is het ellebooggewricht.

De voorknie of pols is een ingewikkeld gewricht, dat wordt gevormd door de handwortelbeentjes.

De voeten: 

tibetaanse terrier rasinfo
In onze rasstandaard staat omschreven:
VOETEN: Groot en rond, zwaar behaard met haar tussen de tenen en voetzolen, staat goed met de voetzolen op de grond, voeten niet gebogen.

Ons ras is het enigste ras dat niet een teenganger is maar een zoolganger, dit houdt in dat de voeten plat op de grond staan. De voeten moeten groot, en vooral rond zijn. De voetenzolen zijn dik. De Tibetaanse Terrier draagt zijn gewicht op het midden van zijn voet. De voorvoeten zijn relatief een beetje groter dan de achtervoeten. De voeten moeten altijd recht vooruit staan, nooit naar binnen of naar buiten draaiend.

De benen moeten recht zijn en evenredig  met de achterbenen van wijdte geplaatst zijn.
De ellebogen mogen niet in of uitdraaien. De benen moeten goed geplaats zijn onder het lichaam. Dit kan men zien door een denkbeeldige lijn te trekken vanaf de schoft naar beneden tot aan de bal van de voet. De voeten mogen niet voor of achter deze lijn staan.

De verticale afstand tussen de schouder tot aan de elleboog moet gelijk zijn aan de afstand van de elleboog tot aan de grond.
De juiste ligging van de beenderen is een vereiste om zo een zo goed mogelijk gangwerk mogelijk te maken.  

De voorborst moet goed voelbaar zijn, dit is het uitstekende knobbeltje wat je voelt aan de voorborst. Hier mag geen kuil voelbaar zijn, dit is fout.

De gehele voorhand moet zwaar behaard zijn en zo ook tussen de voetzolen moeten zij behaard zijn.

De funktie van de voorhand is:
tibetaanse terrier rasinfo
- het dragen van het grootste deel van het lichaamsgewicht
- het opvangen van de schok tijdens het lopen en springen
- het dienen als spaak waarover het lichaam heen gestuwd wordt in de beweging
- het tegengaan van de zijwaartse verplaatsing
- de beinvloeding van het zwaartepunt (dus meer of minder onder het lichaam plaatsen
  van de voorbenen)  
- het verrichten van graafwerk
- het afremmen tijdens het gangwerk
Copyright © Tibetaanse Terrier Ras- & Pupinformatie
1
8
A
B
C
2
3
4
5
6
7
TN_BW092.jpe
tibetaanse terrier ras info