bestaan uit 3 vingerkootjes.
Aan de binnenzijde van de poot bevindt zich boven de grond
nog een vijfde teen, de duim. Deze duim bestaat uit twee kootjes.
De beenderen onderling zijn
verbonden met elkaar door gewrichten.
De schouderbladen zijn niet
door een gewricht met de romp verbonden, maar door spieren. Door
deze verbinding kunnen zij grote klappen opvangen als ze
bijvoorbeeld springen.
Tussen het schouderblad en het
opperarmbeen ligt het schoudergewricht, deze wordt ook wel
boeggewricht genoemd.
Het opperarmbeen vormt ook een
gewricht met het spaakbeen en de ellepijp, dit is het ellebooggewricht.
De voorknie of pols is een
ingewikkeld gewricht, dat wordt gevormd door de handwortelbeentjes.
De voeten:
In onze rasstandaard staat omschreven:
VOETEN: Groot en rond, zwaar behaard met haar tussen de tenen
en voetzolen, staat goed met de voetzolen op de grond, voeten niet
gebogen.
Ons ras is het enigste ras dat
niet een teenganger is maar een zoolganger, dit houdt in dat de
voeten plat op de grond staan. De voeten moeten groot, en vooral
rond zijn. De voetenzolen zijn dik. De Tibetaanse Terrier draagt
zijn gewicht op het midden van zijn voet. De voorvoeten zijn
relatief een beetje groter dan de achtervoeten. De voeten moeten
altijd recht vooruit staan, nooit naar binnen of naar buiten
draaiend.
De benen moeten recht zijn en
evenredig met de achterbenen van wijdte geplaatst zijn.
De ellebogen mogen niet in of
uitdraaien. De benen moeten goed geplaats zijn onder het lichaam.
Dit kan men zien door een denkbeeldige lijn te trekken vanaf de
schoft naar beneden tot aan de bal van de voet. De voeten mogen niet
voor of achter deze lijn staan.
De verticale afstand tussen de
schouder tot aan de elleboog moet gelijk zijn aan de afstand van de
elleboog tot aan de grond.
De juiste ligging van de
beenderen is een vereiste om zo een zo goed mogelijk gangwerk
mogelijk te maken.
De voorborst moet goed
voelbaar zijn, dit is het uitstekende knobbeltje wat je voelt aan de
voorborst. Hier mag geen kuil voelbaar zijn, dit is fout.
De gehele voorhand moet zwaar
behaard zijn en zo ook tussen de voetzolen moeten zij behaard zijn.
De funktie van de voorhand is: