Urogenitaal apparaat:
Het vroeg castreren van reuen
en teven leidt tot relatief onderontwikkelde uitwendige
geslachtsdelen, zoals de penis en de vulva. Dit kan ontstekingen van
de voorhuid en de huid rond de vulva tot gevolg hebben. Door
uitgebreid wetenschappelijk onderzoek is tevens aangetoond dat het
vroeg castreren van teven, maar hoogstwaarschijnlijk ook van reuen
een grotere kans op de zogenaamde castratie onzindelijkheid met zich
meebrengt.
Bewegingsapparaat:
De geslachtshormonen die
worden geproduceerd in de eierstokken (teef) of testikels (reu) van
de hond spelen een belangrijke rol bij de groei. Zo is in een aantal
studies aangetoond dat bij vroege castratie de botten langer
doorgroeien dan bij een intacte hond of een hond die op latere
leeftijd gecastreerd wordt. Een hond die op jonge leeftijd
gecastreerd wordt, zal dus langere maar lichtere botten krijgen. Het
is niet zo moeilijk om te bedenken dat dit soort structurele
veranderingen in de bouw van het skelet ook gevolgen kunnen hebben
voor de gezondheid van het bewegingsapparaat. Er is zelfs een
onderzoek gedaan in Texas, waaruit zou blijken dat gecastreerde
honden (overigens wordt hier niet gekeken naar de leeftijd waarop de
castratie wordt uitgevoerd) een grotere kans op een voorste
kruisbandleasie zouden hebben. En de kans op de ontwikkeling van
heupdysplasie zou vergroot zijn ten gevolge van het op vroege
leeftijd castreren van honden. Of deze studies daadwerkelijk valide
genoeg zijn om deze conclusie te trekken, durf ik te betwijfelen.
Maar dat vroeg castreren invloed heeft op de groei van het skelet is
wetenschappelijk bewezen en dat dit mogelijk het ontstaan van
bepaalde aandoeningen aan het bewegingsapparaat bevordert, is zeker
niet ondenkbaar!
Tumoren:
Een teef die vóór de 2e
loopsheid gecastreerd wordt, heeft een veel kleinere kans op het
ontwikkelen van tumoren in de melkklieren op latere leeftijd in
vergelijking met een intacte teef of een teef die op latere leeftijd
wordt gecastreerd. Maar wat betreft de invloed op het ontwikkelen
van andere tumoren horen we andere, minder positieve geluiden met
betrekking tot het vroeg castreren van honden. Zo zou de kans op het
voorkomen van een haemangiosarcoom (een relatief veel voorkomende
tumor die o.a. voorkomt in het hart en de milt bij honden) groter
zijn bij gecastreerde honden dan bij niet gecastreerde honden. Er
zijn twee studies waaruit blijkt dat (vroeg) gecastreerde honden
meer kans hebben op het ontwikkelen van botkanker (osteosarcoom). Op
zich niet zo gek, want we wisten al dat bij hondenrassen die
(extreem) groot zijn vaker botkanker voorkomt en vroeg castreren
zorgt ervoor dat en hond langer doorgroeit en dus veel groter wordt!
Er is ook gerede twijfel of het castreren van reuen, op welke
leeftijd dan ook, de kans op het ontstaan van prostaatkanker
verkleint. Door sommige mensen wordt dit gunstige effect van
castreren echter wel geclaimd. Dit betekent overigens niet dat
castratie van een reu met een bestaand chronische prostaatprobleem
(ontsteking, vergroting etc) zinloos is!
Gedrag:
Veel hondeneigenaren denken
dat hun hond rustig en veel gemakkelijker wordt in de omgang na een
castratie. Dit is echter niet zo zwart/wit als de meeste mensen wel
denken! Bepaalde vormen van ongewenst gedrag, waaronder vooral angst
gerelateerde problemen, zouden juist vaker voorkomen bij (vroeg)
gecastreerde honden vergeleken met intacte honden. Vooral bij reuen
met een angstig en onzeker karakter kan castratie mijns inziens
leiden tot regelrechte angstagressie. Ook op latere leeftijd schijnt
er verschil te zijn in de achteruitgang van de cognitieve functies
(dementieachtige verschijnselen) tussen gecastreerde reuen en
intacte reuen.
Schildklier:
Een gecastreerde hond wordt
sneller te dik, dat weet bijna iedereen. Mogelijk heeft dat iets te
maken
met de verminderde werking van de schildklier na
castratie. In ieder geval is aangetoond, dat castratie de kans op
een te traag werkende schildklier duidelijk vergroot!
Conclusies:
Of het vroeg castreren van
honden daadwerkelijk de kans op kruisbandletsels vergroot is mins
inziens niet helemaal duidelijk. Het wel of niet ontstaan van een
kruisbandletsel is van zoveel factoren afhankelijk, dat er bij een
onderzoek naar het verschil in frequentie van voorkomen van
kruisbandletsel bij gecastreerde versus niet gecastreerde
honden al snel verkeerde conclusies getrokken kunnen worden
als niet al deze factoren worden mee gewogen in het oordeel. Het zou
dan ook niet juist zijn om op grond van dergelijke onderzoeken het
vroeg castreren van honden volledig te veroordelen. Er zijn echter
redenen genoeg om,als we gewoon logisch redeneren, aan te nemen dat
het op jonge leeftijd castreren van honden nogal wat gevolgen heeft
voor de ontwikkeling van een hond. Zowel op het lichamelijke als op
het psychische vlak. En laten we het vraagstuk eens van de andere
kant bekijken: is het nou echt zo’n probleem om even te wachten met
een eventuele castratie? Er zijn, denk ik, maar weinig mensen die
een loopse teef echt niet uit de buurt van een reu kunnen houden
gedurende een periode van drie weken.
De boodschap die ik wil
overbrengen is dan ook deze: zie het castreren van uw hond niet als
iets dat “zo hoort” of als iets wat u hoe dan ook moet laten doen.
Overweeg goed wat de voor- en nadelen zijn van castreren, doe het
dan niet te vroeg!!! Wacht in ieder geval tot de hond uitgegroeid en
uit ontwikkeld is, zowel op lichamelijk als op het psychische vlak.
Pas dan is de keuze ook weloverwogen en bewust te maken denk ik.
Bron: Drs.Amandavan
grondelle,dierenarts, verbonden aan WHG kliniek te Dodewaard.