Reis naar Tibet
2005.
Vijf en een half jaar
geleden overleed onze eerste hond Woelfie een kruising
Griffon/Maltezer en besloten om eenechte rashond te nemen. Het
is een Tibetaanse Terriër geworden een zandkleur teef dat wij
hebben gekregen van Ika Stegmeijer. Wij noemen haar Astra
(sterren op z’n Grieks). Wij waren zo enthousiast dat
wij meer wilden weten over de afkomst van dit ras. Tot ons
groot genoegen kregen wij van Ika de boeken van Angela
Mulliner en onze vragen waren beantwoord. Maar of dit niet
genoeg was wilden wij het daar niet bij laten.Wij wilde echt
met eigen ogen van dichtbij zien waar de eerste
Tibetanen geleefd hebben.
Op 24 mei 2005 begon onze
15 daagse reis naar Nepal en Tibet/Lhasa.
Deze indrukwekkende reis
begon voor ons in Kathmandu en was goed te combineren met een
Nepal programma.
Wij zullen reizen
met een internationale groep ( 34 personen) per vervoer
over land naar het dak van de wereld met als 1 doel Lhasa en
wij maakten 8 dagen lang kennis met de eeuwenoude
cultuur van het mysterieuze Tibet.
Rond het middaguur kwamen
wij aan op Tribuvan Airport
in Kathmandu. Daar werden wij
verwelkomt met een bloemenketting door een
vertegenwoordiger van ons agentschap vanuit Amsterdam en die
bracht ons naar het rustig gelegen hotel Mustang Holliday in
Thamel. Daar hebben wij kennis gemaakt van de
drukte van de stad.
Brommers, auto’s , riksja’s
, lopende mensen , koeien midden op de weg, alles links en
rechts om je heen omringd door het getoeter van auto’s
getingel van riksja’s en het geroep van verkopers op straat
die proberen hun waar te verkopen. Heel erg veel opwaaiende
stof van straat wat gemengd met wierook en de geur van
verbrand vet van de eindeloze tempels en stupa’s om ons heen
.Na twee dagen acclimatiseren en de benodigde formaliteiten
die door onze gids werd geregeld kon onze reis naar Tibet
beginnen.
Met een bus werden wij ‘s
morgens vroeg opgehaald vanuit ons verblijfadres Kathmandu
naar Dhulikhill waar wij hebben ontbeten met het
gehele reisgezelschap op het terras omringd door
imposante bergtoppen van Nepal. Na ontbijt naar
Kodari aan de grens Nepal/Tibet. Daar werden wij
benaderd door dorpelingen die ons vroegen als laatste
mogelijkheid om Tibetaanse geld te wisselen. Na een langdurig
controle bij de grens hebben wij plaats genomen in een van de
9 landrovers die op ons stonden te wachten voor onze
trip naar Lhasa.
Wij waren in
gezelschap van een stel uit Uruguay (Nicolas en Albana).
In Zhangmu werden wij
opgewacht door de Tibetaanse gids die ons deze reis verder
begeleidt.Naar een tweede controle dat vier uur in beslag nam
met als gevolg kwamen we s’avonds om 8 uur
bij het dorp Nyalam aan waar wij in een
gasthuis hebben overnacht.
De volgende dag s’ochtends
vertrokken wij om 11.00 uur richting Xegar. Wij gingen over de
Nyalam pas en de Lalung-La pas. De
reis in Tibet wordt gedeeltelijk vervolgd over de Frenship Highway. Deze
800km lange weg is door Chinezen aangelegd en onderweg hebben
wij een alternatieve route door hoogvlakte van Tibet
genomen zodat er optimaal van de schitterende landschappen
konden genieten. Onderweg waren wij gestopt om foto’s te
maken en als eerste ging de route over de hoogste bergpassen
van Tibet de Nyalam Pas (Thong
La 3800m), de Kambala Pas (Lalung La 5250m) en niet ver voor Lhatse de
Gyatso La (5220m). Op deze bergpassen die evenals de
machtige bergtoppen als heilige worden gezien door de
Tibetanen zie je grote hoeveelheden gebedsvlaggen en wit
geleshaws wapperen in de wind, als eerbetoon aan deze
ontzagwekkende natuurmachten. De gebedsvlaggen in de kleuren
blauw (water) groen (aarde) rood (vuur) en wit (lucht) en geel
aangebracht. Daar hadden wij de kans met onze eigen ogen te
zien het prachtige uitzicht op o.a de Mount Everest (8848m). Met zijn top wordt altijd vanuit
het zuiden aan Nepalese zijden beklommen omdat dit makkelijker
is dan de beklimming van de noordzijden die in Tibet ligt.
Voorbij Lalung La langs de weg in het midden van de vallei bij
een gasthuis hebben wij gelunched en gewacht tot
een van de auto’s die deel nam aan onze konvooi met
motorpech werd gerepareerd. Tijdens het wachten hebben
wij de kans gehad de omgeving te verkennen .Achter het
restaurant bevond zich een groot terrein en op een rij
de gastenkamers .Tot onze grote verrassing in een hoek achter
en paar planken verschenen de koppies van twee tibetaanse mastif puppies en een paar meters verderop lagen in diepe
slaap drie volwassenen waarschijnlijk de ouders
Jorgos had toevallig in zijn broekzak het altijd
aanwezig zijnde zakje met hondenbrokjes!!! Hij had de kans tot
hun groot genot dit onderling te verdelen.
Half zes was het zover! Wij
konden de reis weer voortzetten.Tussen rotsen, opgewaaide
stof, zand, kuilen en de totaal onzichtbare in het donker weg
met onze hart uit onze keel hebben wij eindelijk om 23.00 uur
Lhatse (4350m) bereikt.
De volgende dag vertrokken
we om 11.00 uur richting
Shigatse. Volgens plan de
Sakya klooster op (4280m) te bezichtigen. Wij hadden net
twintig minuten gereden en wij konden weer uit de auto stappen
langs de oever van de rivier. Een mooie gelegenheid voor
prachtige foto’s te maken dachten we. Maar jammer genoeg
was het een hele andere reden. Een van de auto’s begon
problemen te vertonen en de bestuurder vond het nodig om terug
te keren maar de auto moest gesleept worden terug naar
Lhatse en de rest kon verder reizen naar Shigatse. Onze
chauffeur heeft aangeboden de klus te doen. Zo zaten wij
weer bij het hotel van de vorige avond.
Tijdens de reparatie van de jeep hadden wij de
kans de stad te bekijken. Daar kwamen wij de ene na de andere
verbazing tegen. Overal op straat zagen wij biljarttafels
staan, kraampjes vol met alles wat je maar kan bedenken.
Een kleine markt waar groente, gedroogd vlees, yakboter,
plaatselijke snacks, een slager die yakvlees aan het ontleden
was en hing het vlees over een ijzer hekwerk. Wij zijn
verbaasd met de vindingrijkheid van de tibetaanse
automonteurs, hij samen met onze chauffeur was bezig de
defecte shockdempers van de jeep met de hulp van fietsbanden
in elkaar te zetten.
Vier uur verder konden wij
weer vertrekken richting Shigatse. Onderweg naar
Shigatse passeren wij opnieuw een hoge pas, de Yulung
La(4950m). Shigatse ligt op 3900 m, vlakbij de samenvloeiing
van de Yarlong Zangbo en de Nyang
Chu-rivier. Het is de tweede stad van
Tibet en de traditionele hoofdstad van Tsang.
De Tsang koningen
beoefenden hun macht vanuit eens imposante hoogte van de
Shigatse Dzong. De ruïnes geven alleen een hint van de vroegere
glorie en het fort werd later de residentie van de gouverneur
van Tsang. Sinds de Mongoolse sponsoring van de Gelugpa orde
is Shigatse de zetel van de Panchen
Lama. De onverwachtse vertraging had
als gevolg dat wij te laat waren voor een bezoek aan het
Sakya klooster.
Het klooster van de vroeger
machtige Sakyapa sekte is de vernielingen in de jaren ’60 en
’70 grotendeels bespaard gebleven , getuigen de unieke
bibliotheek en authentieke wandschilderingen. In plaats van
Sakya brachten wij een bezoek aan het beroemde Tashilhunpo
klooster dat heeft gediend als zomer verblijfplaats van
Panchen Lama tot aan zijn dood in 1989. . Aan de noord
kant van de weg heeft men een goed uitzicht op de enorme
Thanka (muurschildering ).
De Tashilhunpo
Klooster, in 1447 gesticht door Shigatse en gedeeld in een
Tibetaanse en Chinese wijk. De Chinese heeft stoffige
boulevards met vierkante gebouwen, geliefd bij
marxistische staatsontwerpers. Het Tibetaanse deel, voor het
grootste deel tussen de Tashilhunpo klooster en de ruïnes van
Shigatse Dzong, is daarentegen een mooie traditionele wijk.
Bij onze aankomst
rond 17.00 uur kwamen wij voor een vaste deur. Het
klooster bleef open tot 16.00 uur. De monniken waren zo
aardig geweest om ons er toch in te laten. Tot ons groot
genoegen na het openen van de deur keek ons de 26 meter hoge
Boeddha, die met 300 kilo bladgoud is bekleed en bovendien
helemaal versiert is met edelstenen. Op de basis van het beeld
leunde de foto Panchen
Lama en ja hoor daar was ie !!!
met op schoot een Tibetaanse Terriër
!!!
Wij hebben gerespecteerd
het verzoek van de monnik en wij hebben geen foto of video
opnames hiervan en tot onze grote teleurstelling is het ons
niet gelukt die foto van de Dalai Lama met de Tibetaan op
schoot ergens te kopen.
Je wordt gearresteerd
door de chinezen als je wordt betrapt met een foto van de
Dalai Lama.
Na de bezichtiging
van het klooster en de hele dag niets gegeten te hebben
was onze maag aan een flinke maaltijd toe. Samen met gids en
chauffeurs hebben we in een dicht bijzijnde restaurant
gegeten. Daarna zijn wij naar ons
slaapverblijf gebracht.
De volgende dag stond
op het programma een bezoek aan het klooster die wij gisteren
met z’n vieren al hadden bezocht. Dat gaf ons de kans tijdens
het bezoek van de andere reisgenoten aan de Tashilhunpo
Klooster rond te kijken in de stad.
Een uur of twaalf
konden wij weer in stappen in de auto’s voor onze
volgende bestemming Gyantse. Aan het
einde van de middag zijn we in Gyantse, op (3950m) in de Nyang
Chu Vallei, 254 km ten zuid westen van Lhasa. Het is een van
de steden in Tibet die het minst beïnvloed is door de
Chinezen. Gyantse is vooral beroemd vanwege de Gyantse Kumbun,
de grootste Stupa (klokvorm) in Tibet.
Een rare vertoning voor
Europese begrippen is dat de bevolking daar soms hun tong
uitsteken naar een ander.
In Tibet is dit de
traditionele vorm van respect tonen. Men beweert wel dat dit
gedaan werd om te tonen dat men geen duivel was. Duivels
hebben namelijk een groene tong, zelfs wanneer ze een
menselijk gedaante hebben aangenomen.
In het Gyantse(foto)
kasteel gebouwd in 967 door de religieuze koning Pangustan die
leider was van de Tobo koningen anno 967 en uitgebreid door
Langchin Puckpu Palsang in 1390.
Het was het administratie
centrum van de Tibetaanse regering. De muur die het kasteel
omsingeld functioneerde voor bescherming van de
stad en voor eventuele vijanden net als de Engelsen in
de 19e en begin van de 20e eeuw . De engelse soldaten die
tijdens de oorlog waren betrapt zijn over de muur
gesprongen van het kasteel zodat ze niet gevangen konden
worden door de Tibetanen. In het kleine museum de geschiedenis
herhaald zich met behulp van poppen,. wapens en oude boeken
als tastbare herinneringen.
Onze eindbestemming in
Tibet was Lhasa.
Vier uur ’s ochtends zijn
wij vertrokken voor het voorkomen van eventuele
opstoppingen tijdens wegwerkzaamheden die om 08.00 uur zouden
plaats vinden.Dat zou betekenen dat wij anders veel meer tijd
en kilometers kwijt waren tot Lhasa.
Op weg naar de hoofdstad
van Tibet, Lhasa kwamen wij langs de Korala Pas (5010m)
en de Kambala Pas 4794m). Het schitterend Yamdrok Tso (foto)het op twee na grootste meer in Tibet. Het Yamrok
Tso (Tso betekent meer) is een van de hoogstgelegen meren
(4488M) en een van de heilige meren van Tibet. Het heeft een
vorm van de scharen van een kreeft .
Wij zijn de Yarlung Tsnagpo (Bragmanputra) rivier overgestoken en zien
in de verte het indrukwekkende Potala
Paleis.
Aan de noordkant van
de weg heeft men een goed uitzicht op de enorme Thanka
(muurschildering).
Eigenlijk is Lhasa naast de
bekendste stad ook de enige echte stad van Tibet. Lhasa telt
300.000 inwoners.Sinds de komst van de Chinezen is de stad
sterk uitgebreid . Vrijwillig of gedwongen zijn tijdens
vijftig jaar Chinese bezetting 100.000 Chinese gezinnen
namelijk in Tibet gehuisvest. De gehele weg tussen de oude
stad en het zomerpaleis is volgebouwd. Je komt de nieuwe
bouwstijl overal tegen. Betonnen gebouwen met witte badkamer-
tegels en blauwgetinte ruitjes. Het hart van de stad is het
oude Lhasa met als middelpunt de Jokhang.
De Jokhang is de heiligste
tempel van Tibet en ligt aan de Barkhor. Deze straat is
ontmoetingsplek, markt en bedevaartsgang tegelijk. Hier zie je
verschillende bevolkingsgroepen samen komen: handelaren
,stoere mannen met lang haar dat opgebonden wordt met een rode
veter, schuifelende en prevelende pelgrimvrouwtjes met
gebedsmolentjes, monniken en vrouwen met prachtig opgetooide
kapsels.
De oude Tibetaanse wijk
grenst naast de Chinese wijk. Een wijk van Chinese
warenhuizen en overheidskantoren gelegen aan de voet van het
Potala Paleis.
Onze grootste verrassing
was het Dhood Gu Hotel. Het was ons overnachtings verblijf midden in
Jokhang.
Wij keken onze ogen uit
naar de beschildering van het hotel. Van binnen en buiten
waren wij aangenaam verrast door de vele kleuren en de
thanka-achtige beschilderingen. Daar hebben wij eindelijk
genoten van de luxe van een weldadig en warme douche.
s’ Morgens na een goed
ontbijt brachten wij een bezoek aan het imposante Potala
paleis dat functioneerde als winterresidentie van de Dalai
Lama en nu als museum.
Het paleis heeft dertien
verdiepingen en is meer dan 117m hoog. Het meer dan duizend
kamers tellend gebouw is opgedeeld in een wit en rood
gedeelte. Het witte gedeelte stond bekend als het
werkgedeelte en bevat de woonvertrekken, de kantoren, de
seminarium en de drukkerij. Het rode naast de talloze tempels
ook de gouden tombes van de Dalai Lama’s wordt gezien als het
heilige gedeelte, hier bevonden zich de vertrekken van de
Dalai Lama. In het gehele gebouw daartussenin worden de
enorme, met heilige symbolen geborduurde banieren opgeborgen,
die tijdens de nieuwjaars feesten over de zuidkant van het
paleis werden uitgehangen.
De deuren van de kapellen
zijn prachtig. Meestal zijn ze rood geverfd en op de kozijnen
zijn versieringen van bladgoud aangebracht.
Het uitzicht over de stad
valt tegen. Het oude deel van de stad tegenwoordig nog maar 4%
uitmaakt. Shöl het dorpje dat aan de voet van Potala lag, is
vrijwel geheel verdwenen. Recht voor het Potala is in plaats
daarvan een openbaar plein in de stijl van Tiananmen
gecreëerd.
De volgende dag, s middags
bezochten we het Serra
klooster 3 km ten noorden
van Lhasa, aan de voet van de Tatipu-heuvel.
Serra is gesticht in 1419 door Sakya Yeshe, een van
Zongkaba’s acht discipelen en het werd beroemd om zijn
tantristisch onderwijs. Eens waren er zevenduizend monniken,
nu zijn er weer enkele honderden. Elke woensdag vind zich een
debat plaats en wij hadden ook de kans om dit bij te wonen.
De derde en laatste dag in
Lhasa hebben wij voor te laatste keer de markt bezocht en de
laatste boodschappen gedaan.
’s Middags hebben wij een
nonnenklooster bezocht.
De volgende dag
vlogen wij terug naar Kathmandu met een prachtig uitzicht over
de Mount Everest voor de laatste dagen van onze reis.
Onze hoop voor een
Tibetaanse Terriër te zien hadden wij opgegeven.
De laatste dag hadden wij
met een van onze reisgenoten Petra afgesproken om uit te
gaan voor een kopje koffie.
Zij werkt en woont in
Kathmandu en zij wilde ons laten zien waar zij graag
in haar vrije tijd van de drukte van de stad kon ontsnappen.
Het was een luxe hotel op traditionele manier gebouwd met een
hemelse binnentuin. Wij zaten in de tuin koffie te drinken en
tot onze verbazing om de hoek zagen wij drie
kleine harige hondjes verschijnen . Een zwart-witte ,een zand
kleur en een zwartje. Ja hoor!!!……Het
waren Tibetaanse Terriërs. Het
afscheid was niet gemakkelijk van deze 3 geweldige
Tibetaantjes, want ze waren gelijk onze dikste vrienden.
Gelukkkig wisten we dat thuis onze eigen 3 meisjes op ons
zouden wachten:-))