5-picture3.jpg
 
Oogafwijkingen die kunnen
voor komen bij de
Tibetaanse Terrier.....
Bij Mens en dier komen zeer vele ziekten voor. Een groep daarvan is deels of geheel erfelijk bepaald. Naarmate er meer onderzoek wordt verricht, worden er steeds meer van dergelijke erfelijke ziekten bekend. Zo zijn er thans bij de mens vele duizenden erfelijke afwijkingen beschreven.
Bij de hond loopt het aantal bekende afwijkingen in de honderden.
Een aanzienlijk deel hiervan wordt gevormd door de groep van de erfelijke oogafwijkingen.
Een groot deel van de erfelijke afwijkingen bestaat uit zelden voorkomende ziekten., die vaak alleen bij ťťn specifiek ras zijn gevonden.
Een ander deel van de erfelijke afwijkingen komt vrijwel bij alle rassen voor, en geeft bij sommige rassen wel, en bij andere rassen weinig problemen.
Dit afhankelijk van de verspreiding van de ziekte binnen het ras, het soort afwijking en de mate waarin, al of niet gewild, tegen een afwijking is geselecteerd.
Wij als team van de Tibetaanse TerriŽr Nieuwssite willen u enkele oogafwijkingen uitleggen die bij de Tibetaanse TerriŽr kunnen voorkomen.

De bouw van het oog

Voor een optimaal begrip van de oogafwijkingen is het goed de bouw en het functioneren van het oog in het kort te bespreken.
De kwetsbare oogbollen worden beschermd door de rondom de oogbol liggende weefsels. In de eerste plaats is er de stevige, uit bot bestaande, oogkas; verder zijn er de zachte weefsels in en rond de oogkas en de oogleden. De randen van de boven- en onderoogleden moeten goed aansluiten aan de oogbol; de ooglidrand hoort dus niet naar binnen (entropion) of naar buiten (ectropion) om te krullen en de oogspleet hoort qua lengte goed te passen bij de grootte van de oogbol. Bij het geopende oog mag het oogwit dan ook niet of nauwelijks zichtbaar zijn. De randen van de oogleden behoren onbehaard, glad en vrijwel zwart gepigmenteerd te zijn. Honden (en katten) hebben dus geen wimpers, geplaatst zoals bij de mens. Op het buitendeel van de boven ooglidrand zitten wel wimperachtige haren, maar zij zijn circa 1 mm buiten de rand geÔmplanteerd.
Bij de meeste diersoorten bestaat een "derde ooglid". Dit is een uitgroeisel van het bindvlies, dat vanuit de binnenooghoek over het oog klapt, als de oogbol in de oogkas wordt getrokken. Het derde ooglid heeft, evenals het boven- en onderooglid, een zeer belangrijke beschermende functie en het bevat een traanklier die ongeveer 30% van de totale traanproductie verzorgt. Het verwijderen van het derde ooglid is dan ook ten sterkste af te raden! De traanklieren produceren het traanvocht. Hierdoor worden het hoornvlies en de bindvliezen glad gehouden en beschermd tegen uitdroging en infecties. De wand van de oogbol zelf bestaat uit het "oogwit", de harde oogrok of scelera. Aan de voorzijde bevindt zich hierin een doorzichtig deel, het hoornvlies (cornea). Dit kan worden beschouwd als het venster, waardoor licht de bol kan binnenkomen. Aan de achterkant van het oog bevindt zich in de harde oogrok een opening, waardoor de oogzenuw het oog binnenkomt. In het oog zijn van voor naar achter de volgende structuren aanwezig:
Direct achter het hoornvlies ligt de met kamerwater gevulde voorste oogkamer. Het kamerwater houdt de oogbol op de juiste spanning (16-20 mm kwik, dat wil zeggen ongeveer zo hard als een zachte fietsband). Het kamerwater wordt doorlopend nieuw aangemaakt en dus ook weer afgevoerd uit de oogbol. Het geproduceerde "water" gaat via de pupil naar de hoek tussen de binnenzijde van het hoornvlies en de voorzijde van het regenboogvlies. Daar wordt het afgevoerd via de drainagehoek, die is te vergelijken met een zeef naar het bloedvaatstelsel. De achterzijde van de voorste oogkamer wordt begrensd door het regenboogvlies (iris). Deze is bij de hond meestal bruin van kleur. Bij uitzondering bevindt zich in het voorste deel van de iris geen pigment, waardoor de deze dan (deels) wit is en de pupil soms rood kan oplichten. Een dergelijk oog wordt ook wel maanoog genoemd; deze komen vrij vaak voor bij dieren met een "blue merle" aftekening. Centraal in de iris is een opening aanwezig, de pupil. Door spiertjes in de iris kan de pupil kleiner en groter worden. In fel licht behoort de pupilopening klein te worden en te blijven en bij duisternis groot. Achter pupil en iris bevindt zich de lens, waarmee het binnenkomende beeld wordt scherpgesteld op het netvlies. De lens behoort daarom helder te zijn. De normale lens kent echter wel een verouderingsproces, waarbij vanaf circa 6-jarige leeftijd een grauwe waas (sclerose) in het centrale deel optreedt. Dit is normaal en veroorzaakt gťťn blindheid. (Abnormale troebelingen van de lens komen veel voor en worden cataract of grauwe staar genoemd). Achter de lens wordt het oog opgevuld door glasvocht (vitreum), dat uit een geleiachtige substantie bestaat. De achterzijde van het oog is aan de binnenkant bekleed met een tweetal vliezige lagen, namelijk het netvlies of retina en
TT-oog.jpg
daarachter het zeer donker gepigmenteerde vaatvlies of choroidea. Het netvlies bestaat uit een dunne, doorzichtige laag zenuwweefsel, waarop het beeld door de lens wordt scherpgesteld. Als het licht op de retina valt wordt een deel van dit licht opgenomen, de rest gaat er doorheen en wordt uitgedoofd in het gepigmenteerde deel van het vaatvlies, behalve in het bovenste centrale deel hiervan. Daar bevindt zich een geelgroene reflectorlaag, die het licht terugkaatst, zodat het een tweede keer op het netvlies valt. Door deze reflectorlaag ontstaat het oplichten van de honden of kattenogen als er 's avonds licht van de autolampen op valt. Als de pigmenten in het vaatvlies ontbreken valt het licht direct op de vaten van het vaatvlies. Dit licht hierdoor rood op. Dit veroorzaakt de rode pupil bij een maanoog. Het vaatvlies dient verder voor de voeding en afvoer van afbraakproducten van de lichtgevoelige cellen van het netvlies. In het netvlies liggen twee soorten lichtgevoelige cellen, namelijk de staafjes en kegeltjes, die het er opvallende licht registreren. De staafjes staan "aangeschakeld" bij weinig licht (schemerdonker); door de staafjes kan alleen een zwart/wit beeld worden geleverd. Zij zijn bij de hond veruit in de meerderheid. De kegeltjes doen hun werk in situaties met veel licht. Door de kegeltjes is het kleuren zien mogelijk. Ook de netvliezen bij de hond bevatten kegeltjes; het vermogen tot kleuren zien lijkt bij de hond echter een minder belangrijke rol te spelen. De door de staafjes en kegeltjes ontvangen lichtprikkels komen via zenuwvezeltjes terecht bij de "blinde vlek"; hier worden alle zenuwvezels vanuit het netvlies gebundeld tot de oogzenuw. Via deze zenuw worden de signalen naar de hersenschors geleid, waar alle afzonderlijke prikkels tot een beeld worden samengevoegd; zo komt het eigenlijke "zien" tot stand.


Lensluxatie (lens loslating)

Wat is lensluxatie?
Door het ontbreken of kapot gaan van haar ophangbandjes van, kan de lens loslaten en van haar plaats raken.

Wat zijn de verschijnselen?
De losliggende lens kan zich verplaatsen naar achteren, richting netvlies, of naar voren, tot tegen het hoornvlies. De lens en/of het glasvocht kunnen hierbij de passage of de afvoer van het kamerwater uit het oog blokkeren met secundair glaucoom tot gevolg (zie glaucoom). Het vroegst herkenbare symptoom van lensluxatie vormt het weglekkende glasvocht, dat als zeer ijle witte wolkjes over de pupilrand, voor in het oog hangt. Dit is jammer genoeg meestal alleen met een spleetlampmicroscoop te ontdekken. Meestal was er eerst niets aan de hond te merken en breken plotseling (bijvoorbeeld als de hond zich ergens over opwindt) de laatste nog intacte ophangbandjes. Het oog is dan plots slechtziend of geheel blind. Als de lens zich verplaatst, komt een maanvormig "deel" vrij tussen de pupilrand en de lens. Dit is soms bij een bepaalde lichtinval te zien. Een enkele keer kan men iets zien wiebelen in het oog. Bevindt de lens zich geheel voor in het oog, dan is deze soms als een glazige schijf herkenbaar. De pupil is dan nauwelijks meer herkenbaar. Is reeds een te hoge oogdruk (glaucoom) opgetreden, dan zal het hoornvlies blauw worden. Het oog is dan ook pijnlijk en blind.

Hoe en wanneer is lensluxatie vast te stellen?
IS BIJ EEN HOND (met name bij KLEINE TERRIňRS) EEN OOG PLOTS BLAUW OF BLIND, DAN IS HET AAN
Bij deze TerriŽr is de lens in beide ogen geluxeerd. De witte pijltjes wijzen de lens aan. De zwarte pijltjes wijzen de plaats aan waar de lens absent is.
TE BEVELEN HET OOG, OP ZEER KORTE TERMIJN, TE LATEN ONDERZOEKEN DOOR UW DIERENARTS.
Om de vroegste vormen op te sporen moeten de ogen met een spleetlampmicroscoop worden gecontroleerd. Dit kan alleen bij een aantal dierenartsen die zich hierop hebben toegelegd en hiervoor ook zijn toegerust.

Wat is er aan te doen?
Als de lens geheel los ligt moet de lens operatief uit het oog worden verwijderd. Bij de hond dient dit binnen enkele dagen te worden verricht. In de tussenperiode dient de patiŽnt al vast medicijnen te krijgen om de druk in het oog normaal te houden of te normaliseren. (zie Glaucoom). De dieren blijven na de operatie iets gehandicapt. Tafel- en stoelpoten, trappenlopen, kleinere sprongen etc. leveren echter geen problemen meer op. De oogdruk stijging is na de operatie meestal verdwenen; als het glaucoom toch terug komt is er wel een probleem. Zie verder bij glaucoom.

Wat is de oorzaak?
De ophangbandjes van de lens kunnen afwijkend zijn aangelegd, degenereren of bij uitzondering direct breken (zeer harde klap op de oogbol). Bij een aantal van de kleinere terriŽrrassen is de lensluxatie het gevolg van een erfelijk defect, dat meestal recessief overerft (Duitse jacht-, Tibetaanse-, Welsh-, Fox-, Jack Russel- en Dandie Dinmondterrier, Border collie, Shar Pei).

Hoe kan het worden voorkomen?
Honden met een lensluxatie dienen te worden uitgesloten van de fokkerij. Ook de ouderdieren kunnen beter niet meer voor de fok worden gebruikt. Indien het aantal voor de fokkerij beschikbare dieren dit toelaat kunnen de broertjes en zusjes ook beter niet voor de fok worden ingezet. Dit daar er een sterk verhoogde kans is dat ook zij drager zullen zijn.

Glaucoom of groen staar (hoge oogdruk)

Wat is glaucoom?
Glaucoom of groene staar is een oogbeschadiging ten gevolge van een verhoogde druk in het oog. De verhoogde druk ontstaat bij de hond vrijwel altijd door een blokkade in de afvoer van het kamerwater uit het oog. Het kan berusten op een erfelijke afwijking (primair glaucoom), of het gevolg zijn van een andere oogafwijking, bijvoorbeeld het loslaten van de lens of van een ontsteking in het oog (secundair glaucoom).

Wat zijn de verschijnselen?
Er treedt plotseling (soms binnen een dag) of in het begin ook wel aanvalsgewijs een sterke drukverhoging in de oogbol op. Het oog doet pijn, de bindvliezen zijn rood dooraderd, het hoornvlies ziet "blauw" en de pupil staat wijd open en reageert niet meer op licht. Het netvlies kan niet meer functioneren door de hoge druk. Als er niet snel wordt ingegrepen is een dergelijk oog binnen circa ťťn week definitief blind. Op de duur wordt de oogbol groter en de pijn blijft aanhouden.

Hoe en wanneer is glaucoom vast te stellen?
Bij deze illustratie ziet u dat  de lens (witte pijl) naar achter is gevallen. De zwarte pijl geeft de plaats aan waar de lens absent is.
IS BIJ EEN HOND EEN OOG PLOTS "BLAUW" OF BLIND, DAN IS HET AAN TE BEVELEN HET OOG, OP ZEER KORTE TERMIJN, TE LATEN ONDERZOEKEN DOOR UW DIERENARTS EN BIJ (VERDENKING OP) EEN VERHOOGDE DRUK EEN BEHANDELING TE LATEN INSTELLEN. HET IS TEVENS AAN TE BEVELEN DE DRUK VAN HET OOG TE LATEN METEN.

Wat is er aan te doen?
De patiŽnt moet snel oogdruk verlagende medicijnen toegediend krijgen Meestal zal de patiŽnt door de eigen dierenarts worden doorgestuurd naar een specialist.

Onze hond is blind, en nu???
Het komt voor dat een hond blind is of wordt door een oogziekte of een verwonding.
Het is goed om zich af te vragen wat dit voor de hond betekent. Het oog is voor de hond gelukkig een minder belangrijk zintuig. De hond leeft in en wereld van geuren en geluiden en van voelen. De ogen geven slechts aanvullende informatie en zijn veel minder goed dan die van de mens. Aangeboren blindheid, of op heel jeugdige leeftijd verkregen (nacht)blindheid wordt bij een jonge, opgroeiende hond vaak pas in een zeer laat stadium ontdekt, omdat de hond de handicap zo goed weet te camoufleren. De hond weet niet beter!! De jonge hond dolt rond en stoot zich misschien iets vaker. Soms valt alleen op dat de pup de anderen meer volgt en zelden het initiatief neemt.
Ook oudere dieren passen zich ongelofelijk goed aan. Sommige dieren blaffen s'avonds wat sneller, of zijn wat angstiger. Zelfs als de hond geheel blind is, zal hij het meubilair in huis prima blijven ontwijken en enthousiast  blijven spelen. Ook met de bal en met de stok. Als ze maar geleidelijk aan blind worden. Totdat de meubels worden verplaatst, de stofzuiger ergens anders op een onverwachte  plek blijft staan of de hond in een nieuwe omgeving komt. Dan valt de blindheid pas op.  Wordt de hond plots bind, dan kost het wat meer moeite en valt het aanpassingsproces meestal wel op. Als de hond voor de jacht of de training moet worden gebruikt zal de hond met ernstige oogafwijkingen zich af en toe stoten of verkeerd springen of ernaast grijpen. Dan is er natuurlijk wťl een probleem om dat werk te kunnen blijven doen. Als huishond  is dat probleem er vrijwel niet. Natuurlijk moet de hond in het verkeer aan de lijn blijven. In het bos of veld of bij zwemmen in open water moet hij voor u binnen gezichtafstand blijven. In huis is het beter de mand niet ergens in een hoek te zetten, maar zů te plaatsen, dat de hond bij wakker schrikken weet dat hij achteruit weg kan. Hij mag niet het gevoel krijgen in een hoek of onder tafel te worden gedrongen zonder weg te kunnen. Dat wil zeggen dat men vooral voorzichtig dient te zijn als er kleine kinderen in de buurt zijn. Als zij bij het spelen de hond laten schrikken, kan de hond zich bedreigd voelen en uit angst bijten. Maar op zich is blindheid bij een hond geen enkele reden voor euthanasie!!!


Het onderzoek op erfelijke oogafwijkingen

Het oogonderzoek wordt in Nederland door acht dierenartsen (situatie 2005) op diverse locaties uitgevoerd. Zij vormen het Nederlandse Oogpanel, dat door de European College of Veterinary Ophthalmologists (www.ecvo.org) is erkend. Naast het onderzoek bij individuele honden, dat meestal in een dierenkliniek plaatsvindt, worden ook onderzoeken bij grotere groepen honden uitgevoerd op door rasverenigingen of fokkers georganiseerde bijeenkomsten.
De registratie van de uitslagen is in handen van de Raad van Beheer op Kynologisch gebied.

Om welke afwijkingen gaat het?
Bij het onderzoek wordt gezocht naar alle afwijkingen waarvan een erfelijke basis bekend is. Het "rapport oogonderzoek" vermeldt 17 afwijkingen bij naam.
Vanaf welke leeftijd moet een hond worden onderzocht?
In veel gevallen wordt tussen 12 en 18 maanden leeftijd begonnen met het onderzoek.

Waarom moet er jaarlijks worden onderzocht?
Bij deze hond is de lens al een tijdje eerder geluxeerd(losgelaten).Er heeft zich ook nog en glaucoom gevormd. De capsule rond de lens is waarschijnlijk gescheurd,of week geworden, waardoor er zich ook nog een ontsteking zou kunnen vormen.
Een aantal afwijkingen (bijvoorbeeld lensluxatie, cataract, PRA) ontstaat pas na enkele jaren. Een ťťnmalige test is dan niet voldoende, de afwijking kan zich immers nog later openbaren.

Tot welke leeftijd moet een hond worden onderzocht?
Bij rassen waarvan bekend is dat nog op hoge leeftijd erfelijke oogafwijkingen naar voren kunnen komen, zal onderzocht moeten worden zolang de hond nog nakomelingen produceert.

Hoe verloopt het oogonderzoek?
Om het gehele oog goed te kunnen bekijken worden oogdruppels toegediend waardoor de pupil open gaat staan. De druppels werken na ongeveer 20 minuten, de pupil blijft daarna circa 4 uur wijd. De hond wordt in een verduisterde ruimte bekeken. Vůůr het onderzoek wordt het "rapport oogonderzoek" ingevuld en ondertekend door de eigenaar/houder, waarmee deze toestemming geeft om de uitslag door te geven aan de Raad van Beheer. De Raad geeft de uitslag door aan de Rasvereniging als er een overeenkomst tussen deze twee partijen is. Ook wordt voor het onderzoek de identificatie (transponder of tatouage) van de hond gecontroleerd.
Het oogonderzoek gebeurt zonder enige sedatie ("roesje") en is beslist niet pijnlijk.
De uitslag is gelijk bekend en wordt op het "rapport oogonderzoek" vermeld.
Betekenis van de uitslag.
"Vrij": het dier vertoont geen verschijnselen van de aangegeven, als erfelijk beschouwde oogziekte. Let op, dit betekent niet dat het dier de afwijking niet kan doorgeven aan de nakomelingen. Het kan een drager zijn. Ook is het niet uit te sluiten, dat het dier de afwijking later alsnog kan krijgen.
"Niet vrij": het dier vertoont de klinische symptomen van de erfelijke oogziekte.
"Onbeslist": zeer geringe afwijkingen, die mogelijk passen bij het klinische beeld van de erfelijke oogziekte; deze zijn echter onvoldoende specifiek. "Onbeslist" betekent niet dat de onderzoeker het niet weet! Er zijn wel degelijk afwijkingen van het normale beeld bij de hond aanwezig, maar ze zijn niet duidelijk genoeg aanwezig om de hond "niet vrij" te verklaren.
"Voorlopig niet vrij": Geringe afwijkingen passend in het klinisch beeld van de als erfelijk beschouwde oogziekte. Voortschrijden van het proces moet dit bevestigen. Meestal wordt na een half jaar de hond opnieuw beoordeeld.

Wat moet u meenemen voor het onderzoek?
De hond en de stamboom. Bij het onderzoek van een nest moet u de formulieren meenemen die door de Raad van Beheer zijn uitgereikt zoals de 'aanvraag stamboom' waarop de chipnummers zijn ingevuld of opgeplakt
Panelbijeenkomsten.
Vier maal per jaar komt het oogpanel bijeen op de Universiteits Kliniek voor Gezelschapsdieren in Utrecht. Op deze bijeenkomsten worden honden onderzocht, waarbij door een onderzoeker afwijkingen zijn vastgesteld die nader onderzoek nodig maken, bijvoorbeeld omdat het voor de onderzoeker niet zeker is dat een vastgestelde afwijking in het beeld van een erfelijke afwijking past. Ook zijn er situaties waarbij door de ECVO wordt voorgeschreven dat de hond op een panelbijeenkomst opnieuw wordt beoordeeld.

Wat kunnen wij als fokkers doen?

Wij, als fokkers en liefhebbers van ons geliefde ras de Tibetaanse TerriŽr streven er naar een zo gezond mogelijke hond te fokken. Wij laten onze honden jaarlijks onderzoeken op erfelijke oogafwijkingen. Ook bestaat er een Internationale lijst, (Tibetan TerriŽr International Sweden, in het kort TIIS list)  http: //home.swipnet.se/TTInt/  Het is een soort van databank van de Tibetaanse TerriŽr waar alle fokkers en/of verenigingen over de gehele wereld hun informatie betreffende de uitslagen van de onderzochte honden naar toe kunnen sturen. Deze lijst wordt op het web geplaatst, zodat alle fokkers die informatie hierover willen,inzicht krijgen in de situatie die zich op dit moment voor doet betreffende de gevallen (lijders) en dragers ( meestal ouderdieren en/of broers en zussen van een lijder) van ons ras, en aan de hand van deze gegevens hun fokprogramma kunnen aanpassen.

speciale links:
* TIIS List (Internationale databank van alle Tibetaanse Terriers, die betrokken zijn bij oogafwijkingen)    
* Erkende oogartsen (lijst van alle erkende oogartsen in Nederland en Belgie)
Copyright © Tibetaanse Terrier Nieuws Site
DokAH.gif