Er zou berekent zijn dat als
je de schofthoogte (dit zijn de toppen op van de schouders, die u
voelt achter de hals) meet op de leeftijd van 6 weken, dit doet u
maal 2 en dat zou de uiteindelijke maat, met een marge van 1 - 2 cm
zijn. Of dit altijd op gaat?
In een duitsboek van Thomas
Lang staat een berekening geschreven zoals hieronder:
2 maanden 49% van
de volwassen grootte
4 maanden 76% van
de volwassen grootte
6 maanden 96% van
de volwassen grootte
8 maanden 99% van
de volwassen grootte
10 maanden 100%van de
volwassen grootte, met als extra toegift na de 10 maanden kan hier
hooguit nog 1 a 2 cm bijkomen.
Ook hierover zijn toch de
meningen verdeeld, er zijn fokkers die zeggen dat deze bereking
aardig in de richting komt met het opgroeien van hun pup, maar
anderen kunnen deze mening niet delen en heeft de hond een heel
ander beeld laten zien.
Wel zien we dat een pup zijn
eerste levensweken het snelst groeit, met 4 maanden is het best al
een behoorlijke pup, en komt al aardig in de richting van 2/3 van
zijn uiteindelijke grootte. Daarnaast zijn bij pups de groeischijven
goed waar te nemen, de bekendste groeischijven bevinden zich op de
pols en langs de borstwervels, die de rozenkrans wordt genoemd.
Als de groeischijven op de pols geheel zijn uitgevlakt, is de hond
op hoogte, maar nog niet op breedte.
De ene pup groeit sneller dan
de andere, zo hoeft per definitie de kleinste pup uit een nest
uiteindelijk niet kleiner te blijven als zijn nestgenoten, en dit
geldt natuurlijk andersom ook. De uiteindelijke grootte is eigenlijk
genetisch vastgelegd.