GRASAREN (ook wel graskuipers genoemd).....






















De zomer is iets waar we elk jaar weer naar uit kijken. We trekken er veel op uit, een heerlijke boswandeling, die zijn verkoeling geeft onder zijn hoge welgebladerde bomen. Onze hond kan vaak lekker los, door elk struikje en ongekend gebied struinen. Elk jaar groeit er weer hoog gras in onze prachtige  natuurgebieden. Dit wilde gras heeft voor honden soms een groot nadeel; dit gras bevat 'grasaren'.
Grasaren hebben een scherpe punt aan de voorkant en aan de achterkant kleine weerhaakjes.
Hierdoor kunnen ze zich zeer gemakkelijk aan de vacht van onze hond vasthechten. Dat gebeurt natuurlijk vooral bij honden met een langharige vacht.
Deze kleine zaadjes kunnen soms door de huid van uw Tibetaan naar binnen dringen. Daardoor wordt de grasaar ook wel eens een 'kruiper' genoemd.

Grasaren breken van de wilde grassen af als de hond er door heen loopt of rent. Als een grasaar eenmaal 'aan' uw hond zit, kan hij maar n kant uit: vruit en dat is dikwijls: naar binnen!

De meeste grasaren komen daarom tussen de tenen terecht. Ze hechten zich aan en in het zachte weefsel tussen de tenen.
Voor het lichaam zijn deze zaadjes lichaamsvreemd materiaal en de reactie hierop is een ontsteking.


























Ook komen de zaadjes dikwijls in het oor terecht en kunnen daar een pittige oor-ontsteking veroorzaken.
Of nog erger - als ze niet op tijd worden verwijderd - door het trommelvlies heen dringen.
Of de zaadjes kunnen via het oog achter de oogbol terechtkomen en daar een ernstige ontsteking veroorzaken.
Ook komt het voor dat grasaren worden ingeslikt en in de keelholte of slokdarm blijven steken en veel ellende geven.
Dan ontstaat er een dikwijls een onsteking met 'fistel' om het ontstekingsvocht af te voeren.
en:


 

Om een ontsteking tegen de gaan, wordt er dikwijls een antibioticum kuur gegeven. Het nadeel hiervan is dat de
de ontsteking wel (tijdelijk) verdwijnt, maar de bron van de ontsteking blijft vaak aanwezig. Vele dierenartsen kiezen ervoor
om het gecontroleerd 'uit te laten zweren' (wat een natuurlijke reaktie van het lichaam is), hierdoor raken we de grasaar ook kwijt. Naast het proces zijn verloop te laten hebben, kan men wel iets geven tegen de pijn en/of irritatie.

 
Vaak zijn de zaden moeilijk terug te vinden want ze kunnen heel diep in het weefsel dringen en vaak zie je maar een heel klein gaatje.

Wanneer moet u verdacht zijn op een grasaar ?

Als uw hond veel op een bepaalde plek (bijv. tussen de tenen) likt en daar een klein gaatje zichtbaar is. Helaas is niet altijd duidelijk of de grasaar dan nog aanwezig is of er door het likken van de hond toch weer uit is gekomen.
Als uw hond na een wandeling ineens sterk met zijn kop loopt te schudden, of daarbij soms zelfs pijn aan geeft. Dan kan er een grasaar in een oor zitten.
Als uw hond na een wandeling veel last heeft van een oog en daar met de poot in wil wrijven. Dan bestaat de kans op

























een klein zaadje in het oog. U kunt proberen zelf eerst goed te kijken of u iets ziet zitten maar meestal verdwijnen ze snel achter het 3e ooglid. Ga ook hiermee direct naar de dierenarts. Deze kijkt dan  - na het oog eerst tijdelijk verdoofd te hebben -  met een speciaal pincet achter dit 3e ooglid. Als te lang wordt gewacht dringen de zaadjes door het oogslijmvlies en zijn niet meer zichtbaar. Een paar weken later kunnen ze dan achter of boven de oogbol een flinke ontsteking geven.
Copyright Tibetaanse Terrier Nieuws Site
dariohfd4mnd.jpg
sammyhfd11jaar.JPG
 
grasaar_060718.jpe
tibetaanse_terrier_20780.jpg