|
|
|
||||||||||||||||||||||||
Deel 3
De jaren die volgden na de tweede
wereld oorlog |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
|
De na de oorlog 4 nieuw
geregistreerde Tibetaanse Terriërs, waarvan de ouders onbekend waren
werden ingezet voor de fok en tezamen gebracht met de originele
bloedlijnen van Miss A. Greig. Het is dan ook hedendaags praktisch niet
meer mogelijk om een levende Tibetaanse Terriër te vinden die alleen is
gefokt uit de eigen gefokte bloedlijnen van Miss. A. Greig.
De teef Lady Tow-Sa, die
eigendom was van Miss. F. Dunning-Turner werd in 1952 gedekt door de
reu Wei-Wul-Lea of Lamleh, wie in bezit was van Dr. Greig. Twee dochters
die hieruit voortvloeiden te weten; Zana of Latmah en Manda of Latmah zijn
in haast elke hedendaagse stamboom terug te vinden. Miss. Dunning-Turner
had Manda en Zana zelf gehouden en de nestgenootjes Turna of Latmah en
Chotah of Latmah zijn geëxporteerd. Turna is in 1952 naar Duitsland
geëxporteerd en kwam zo terecht bij Miss. K. Wendler en Chotah naar
Portugal bij Miss. R. de Buisseret.
Ukkie een van de andere nieuw
geregistreerde honden werd ingezet op de teef Pop-ping of Lamleh van Miss.
Greig in 1952. Hieruit voort vloeien de welke bekende fokteef Babbie of
Lamleh en haar broer Uk-Ee-Pop of Lamleh.
In 1947 krijgt de familie Wight hun
Tibetaanse Terriër reu uit de combinatie Dan Kal of Lamleh x Zana of
Lamleh en zij laten hem registreren alszijnde Brigadier of Tanchow. Ook
deze reu heeft een groot deel aan de geschiedenis van ons ras op zijn naam
staan.
In de jaren ‘50 worden de
hondenshows meer populair bij het publiek en zo ook de presentatie in de
ring, ondanks dit alles vond miss Greig dat de honden hun natuurlijke
look moesten
behouden. In die tijd bezaten Miss Greig en haar zus Daisy veel honden en
werd het steeds zwaarder om hun alle in topconditie voor de shows te
behouden. Daarnaast door het klimaat van Engeland met hun natte winters,
in vergelijking met het droge klimaat in het land van oorsprong, gingen de
honden hun vacht snel vervilten. Ondanks een paar nieuwe fokkers van het
ras, die haar wilden helpen met het ras, bleef het toch om verschillende
redenen, het grootste deel van dit ras in handen van Miss. Greig zelf. Zij
zag het dan ook als haar eigen ras.
In 1953 wordt door een politie
officier John Downey een hond gevonden in de haven in het noorden van
Engeland. Mr. J. Downey en Miss Downey woonden in de buurt van Liverpool
en bezaten een favoriete kennel van Engelse Pointers. Zij gaven deze
gevonden hond de roepnaam “Dusky””. Hij was zilver en zwart van kleur en
zou veel overeenkomsten bezitten met de Tibetaanse Terriër. Daar het
destijds mogelijk was in Engeland om honden te registreren met ouders
onbekend, lieten zij Dusky registreren alszijnde Tibetaanse Terriër met
als registratie naam: Trojan Kynos.
Ook begonnen zij hem te showen en 2
jaar later in februari 1955 wordt hij dan ook engels kampioen op de grote
wel bekende Crufts show. Over dit vooral waren Miss Greig en haar
collega fokkers behoorlijk ontdaan. Zij heeft dan ook geprotesteerd bij de
engelse kennelclub, daar zij niet begreep hoe deze gevonden hond
geregistreerd is als zijnde Tibetaanse Terriër. Dit was zonder enig
resultaat, desondanks heeft zij tot haar dood aan toe nooit deze reu
geaccepteerd als zijnde haar geliefd ras.
In 1955 wordt een klein teefje
genaamd Princess Chan, waarvan de ouders ook niet zijn geregistreerd en in
het bezit zijnde van Miss H. Slaughter gedekt door Pa Sang of Lamleh. In
november 1955 worden hieruit 8 puppies geboren. En een van deze 8 pupjes
een goud kleur teefje wordt gekocht door de familie Downey, zij noemden
haar Princess Aureus en haar roepnaam “Dawn”. Zij en Dusky worden de basis
van de Tibetaanse Terriër kennel van de familie Downey genaamd Luneville.
De familie Downey kregen een groot succes in de ring, ze hadden goed
getrimde honden, waren sneller volwassen dan de eerder Tibetanen van miss
Greig haar nakomelingen en zo domineerde zij voor een lange tijd in de
ring in Engeland.
Als Trojan Kynos sterft blijven zij
achter met 4 teefjes en 1 reu (moeder, zoon en 3 dochters). Ze gaat
hierover toch in gesprek met Miss Greig en na dit gesprek geef Miss Greig
toch ondanks haar bevindingen over Dusky toestemming om een van haar reuen
hun teefje Ch. Luneville Lady Penelope uit de combinatie Ch. Trojan Kynos
x Ch. Princess Aureus genaamd “Prim” te laten dekken. De vader van dat
nestje wordt Ch. Kala Kah of Lamleh. Ze hoopte hiermee haar type
wederom weer vast te leggen in het ras.
Op 3 oktober 1960 schenkt Prim het
leven aan 5 pupjes. De eerst geboren teef Ch. Luneville Princess Pemba
genaamd “Pemba” en de tweede geboren een zwarte reu Ch. Luneville Prince
Khan genaamd “Tweed” worden aangehouden door de familie Downey. Tweed werd
een groot bekende dekreu in hun fok. |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
|
Kansona of Lamleh met Miss Greig
|
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
![]() |
|||||||||||||||||||||||||
|
Copyright © Tibetaanse Terrier
Nieuws Site |
|||||||||||||||||||||||||