gangwerk tibetaanse terrier
Het gangwerk van de Tibetaanse Terrier
Natuurlijk is het van grootbelang dat als een hond zich voortbeweegt dat hij zijn evenwicht houdt en niet zou omvallen. Het zwaartepunt van de hond ligt iets achter de voorhand van de hond, en deze zorgt dat de hond tijdens het gaan in evenwicht blijft. Bij bijvoorbeeld de telgang zie je dan ook dat de hond meer schommelt in het gangwerk, het zwaartepunt wordt dan ook van links naar rechts verplaatst.


Wat gebeurt er nu eigenlijk bij de verschillende gangen?
gangwerk tibetaanse terrier
Stap

Een stap heeft 4-fasen. Waarbij zijn benen in de volgende volgorde gebruikt; LV (links-voor), RA (rechts-achter), RV (rechts-voor), LA/LV
(links-achter / links-voor) of 2 benen aan de grond LA/LV (links-achter / Links-voor) . Er zijn in ieder geval altijd 2 of 3 benen op de grond. Als je Tibetaan stapt, loopt hij langzaam en het ziet er iets minder vloeiend uit.
achter aangezicht
vcoraanzicht
gangwerk van de zijkant
Zij aanzicht van het gangwerk van de Tibetaanse TerriŽr
gangwerk tibetaanse terrier
Achter aanzicht van het gangwerk van de Tibetaanse  TerriŽr
Voor aanzicht van het gangwerk van de Tibetaanse  TerriŽr
gangwerk tibetaanse terrier
Draf

Een draf heeft 2-fasen LV/RA, RV/LA na elke fase is er een zweefmoment. Met het zweefmoment wordt bedoeld dat alle vier de benen op dat moment van de grond zijn.
Dit is het gangwerk wat altijd beoordeeld   wordt in de showring.
Ook kennen we hierbij het gezegde eensporig, dat wil zeggen de hond gaat in zijn versnelde draf, waarbij het zwaartepunt praktisch niet verplaatst wordt en de voeten van de verschillende benen praktisch op de een en dezelfde plaats op de grond afzetten. Dus als men een voetafdruk zou maken, is er tijdens het eensporig gaan, maar een afdruk van de voet zichtbaar op de grond, omdat alle vier de voeten zich vanaf hetzelfde punt op de grond afzetten. Het is dan ook vanzelf sprekend dat bij eensporig gaan de minste energie wordt verspild.

Telgang
Een telgang heeft 2-fasen LV/LA, RV/RA na elke fase is er een zweefmoment. Dit is geen rastypische gang voor de Tibetaanse TerriŽr, doch als onze viervoeter soms moe is kan hij ook een telgang laten zien. Ook kan dit gangwerk getoond worden bij honden die te kort gebouwd zijn.
gangwerk tibetaanse terrier

Galop

Bij de  galop zijn de meest gebruikelijke soorten van galop, de normale galop en de rengalop.
- Normale galop heeft 4-fasen en een zweefmoment LA, RA, LV, RV, zwefen.
-  Rengalop heeft 4-fasen en 2 zweefmomenten LV, RV, buiglendenen zweef, LA & RA bijna
   gelijk, strek lendenen en zweef.  De rengalop wil wel eens gezien worden als de Tibetaan de
   grootste lol heeft en zich helemaal laat gaan op een grote grasvlakte.

In de rasstandaard van onze Tibetaanse TerriŽr staat het gangwerk beschreven:

GANGWERK: Vlot, goed uitgrijpend, krachtig stuwend, bij het lopen of draven moeten voor en achterbenen een lijn vormen en mogen niet naar binnen of naar buiten draaien.

Toch kunnen we hier nog iets dieper op in gaan.
Het gangwerk van de Tibetaanse TerriŽr is vloeiend, heeft een goed bereik en is krachtig en stuwend.
Bij het lopen of draven, moeten de voor en achterbenen een lijn vormen en mogen niet naar binnen of naar buiten draaien.

Het zuivere gangwerk van een Tibetaan is efficiŽnt, zonder krachtinspanning, beslaat het de meest mogelijke grondoppervlakte met de minst mogelijke stappen, die lang en vloeiend zijn.
Als de Tibetaan beweegt in draf lijkt het of hij volkomen op zijn gemak gaat.
De beweging van zijn voorbenen mogen nooit hoog steppend zijn, dit is als hij zijn voorbenen bij iedere beweging te hoog optilt.
De achterbenen mogen ook niet zo krachtig afzetten dat je bij iedere beweging zijn voetzolen ziet.
Korte, snelle stappen, of voeten en benen te hoog opgooien, of opzij draaien bij ieder beweging is niet efficiŽnt en de oorzaak van een verkeerde bouw.

* Een stijl gebouwde achterhand geeft vaak weinig of geen stuwing.
* Een stijl gebouwde voorhand en goed gehoekte achterhand brengt dat de
  achterbenen bewegen buiten de voorbenen, en dat de voorbenen opgegooid worden.
* Een goed gehoekte voorhand en steile achterhand geeft een trippel trappel beweging.
* Als de achterhand goed gehoekt is zal de hond de kont tijdens de draf niet opgooien. Als tegelijkertijd echter de voorhand minder
  gehoekt is, dus een kortere pasafstand, dan gaat de hond om tijd te winnen de schoft opgooien.
* Goede stand en hoeking is niet een garantie voor goed gangwerk.

Ook een goed gehoekte hond kan als ze vermoeid is minder goed "gaan". Dit resulteert vaak in telgang. Dit vergt minder voortstuwende energie. Echter de verplaatsing van het evenwicht kost meer energie en de snelheid neemt sterk af.

Samengevat; de Tibetaan moet zich gemakkelijk kunnen bewegen zonder verspeelde energie, de beweging moet niet anders dan economisch, perfect gecoŲrdineerd en krachtig zijn.
Het laat een portret zien van een lenige hond die kan leven op de geboortegronden van zijn vaderland wat een voor dit ras uitzonderlijk kenmerk is.
Copyright © Tibetaanse Terrier Ras- & Pupinformatie