Een telgang heeft 2-fasen
LV/LA, RV/RA na elke fase is er een zweefmoment. Dit is
geen rastypische gang voor de Tibetaanse Terriër, doch
als onze viervoeter soms moe is kan hij ook een telgang laten zien.
Ook kan dit gangwerk getoond worden bij honden die te kort gebouwd
zijn.
Galop
Bij de galop zijn de
meest gebruikelijke soorten van galop, de normale galop en de
rengalop.
- Normale galop heeft
4-fasen en een zweefmoment LA, RA, LV, RV,
zwefen.
- Rengalop heeft
4-fasen en 2 zweefmomenten LV, RV,
buiglendenen zweef, LA & RA bijna
gelijk,
strek lendenen en zweef. De
rengalop wil wel eens gezien worden als de Tibetaan de
grootste lol
heeft en zich helemaal laat gaan op een grote grasvlakte.
In de rasstandaard van onze
Tibetaanse Terriër staat het gangwerk beschreven:
GANGWERK: Vlot, goed uitgrijpend, krachtig stuwend, bij het
lopen of draven moeten voor en achterbenen een lijn vormen en mogen
niet naar binnen of naar buiten draaien.
Toch kunnen we hier nog iets
dieper op in gaan.
Het gangwerk van de Tibetaanse
Terriër is vloeiend, heeft een goed bereik en is krachtig en
stuwend.
Bij het lopen of draven,
moeten de voor en achterbenen een lijn vormen en mogen niet naar
binnen of naar buiten draaien.
Het zuivere gangwerk van een
Tibetaan is efficiënt, zonder krachtinspanning, beslaat het de meest
mogelijke grondoppervlakte met de minst mogelijke stappen, die lang
en vloeiend zijn.
Als de Tibetaan beweegt in
draf lijkt het of hij volkomen op zijn gemak gaat.
De beweging van zijn voorbenen
mogen nooit hoog steppend zijn, dit is als hij zijn voorbenen bij
iedere beweging te hoog optilt.
De achterbenen mogen ook niet
zo krachtig afzetten dat je bij iedere beweging zijn voetzolen ziet.
Korte, snelle stappen, of
voeten en benen te hoog opgooien, of opzij draaien bij ieder
beweging is niet efficiënt en de oorzaak van een verkeerde bouw.
* Een stijl gebouwde
achterhand geeft vaak weinig of geen stuwing.
* Een stijl gebouwde
voorhand en goed gehoekte achterhand brengt dat de
achterbenen
bewegen buiten de voorbenen, en dat de voorbenen opgegooid worden.
* Een goed gehoekte
voorhand en steile achterhand geeft een trippel trappel beweging.
* Als de achterhand goed
gehoekt is zal de hond de kont tijdens de draf niet opgooien. Als
tegelijkertijd echter de voorhand minder
gehoekt is, dus
een kortere pasafstand, dan gaat de hond om tijd te winnen de schoft
opgooien.
* Goede stand en hoeking
is niet een garantie voor goed gangwerk.