In het klooster in Tibet
werden regelmatig door de monniken een gebruikelijk ritueel
gehouden, waarbij
zij gemaskerd een dans
opvoerde, tezamen gaande met lange hoorn muziek. De monniken
presenteerden met hun
maskers demonen, geesten en mythische dieren. Deze ceremonie
heet Cham.
Ook kent het Tibetaanse
Boeddhisme dat alle mensen en dieren gereïncarneerd kunnen
worden, zo
was ook de onze
Tibetaanse Terriër bekend als de heilige hond van Tibet, waar
een ieder eerbied en
gezag voor had.
De Dalai-Lama, de
hoogste leider van Tibet citeerde vanuit zijn
geloofsovertuiging: de menselijke kwaliteiten om gelukkig te
zijn, zijn heel eenvoudig: eerlijkheid, oprechtheid,
onbaatzuchtigheid, het hebben van compassie en respect voor
andere. Dit is in het boeddhisme de grootste les in
nederigheid en tolerantie. De meeste van zijn Tibetaanse
volgelingen zagen hem als te hoog, te heilig, als een
God die wel tót hen, maar niet mét hen kon praten. Op deze
manier kwam de Dalai-Lama in een soort van zijn eigen
isolement terecht en dit alles door eerbiedwaardigheid.
Tijdens de tweede wereld
oorlog, in 1939 werd Tibet door de Chinezen binnengevallen.
Tijdens hun inval troffen zij meer dan 6000 kloosters aan. De
Chinezen gebruikten de achterstand van de Tibetaanse infra
structuur als rechtvaardiging voor hun inval. Maar eigenlijk
hadden ze andere redenen. Tibet kon voor China door zijn
strategische ligging een buffer vormen tegen de machtige
Sovjet-Unie. Het land was rijk aan grondstoffen en zou
bovendien goed kunnen dienen als opvang voor de snel groeiende
Chinese bevolking .
In het begin werden de
Tibetanen door de bezetters met rust gelaten en mochten zij
hun godsdienstige tradities voortzetten. De Chinezen legden
wegen aan, brachten elektriciteit, verbeterden het onderwijs
en de gezondheidszorg. De welvaart nam toe, maar die kwam
alleen ten goede aan Chinese immigranten. En daardoor liep het
mis. De Tibetanen kwamen in opstand en de Chinezen gingen
steeds harder en gewelddadiger optreden.
Velen Tibetanen slaan op
de vlucht en vestigden zich over de gehele wereld. Ook
Dharmsala in India werd voor vele Tibetanen hun nieuwe thuis.
In 1959 moest de Dalai Lama zelf vluchten. Op zijn vlucht
neemt hij zijn Tibetaanse Terriër Senge, een goudkleurig
exemplaar mee. Hij woont nu al jaren in India (Dharmsala) waar
hij temidden van zo'n 100.000 mede-vluchtelingen met de moed
der wanhoop de oude cultuur in stand probeert te houden.
Intussen is in Tibet zelf nauwelijks nog iets van die cultuur
overgebleven. Alle kloosters zijn ontmanteld en beroofd van
hun kunstschatten, de taal en de godsdienst zijn verboden. In
hun eigen land zijn de Tibetanen derderangs burgers geworden.
Een gelange tijd waren de grenzen van Tibet dicht,
vanaf 1976 is het weer voor westerlinge mogelijk om naar Tibet
af te reizen. Toch is er veel veranderd, vele Chinezen hebben
zich gehuisvestigd in Tibet. De jaren zijn verstreken en ook
van ons eeuwen oude ras de Tibetaanse Terriër is in Tibet zelf
niet veel meer over. Een enkele Tibetaanse Terriër wordt nog
in het straat beeld aangetroffen, maar of deze exemplaren nog
alle raszuiver zijn? Vele zijn kruisingen met de andere
bekende Tibetaanse rassen, de Tibetaanse Spaniël, Lhasa Apso
en de Tibetaanse Mastiff. Van dit laatste ras schijnen er nog
aardig wat exemplaren te bewonderen te zijn. Enkele Tibetaanse
Terriërs leven bij de bevolking in huis en worden daar achter
hun voordeur gehouden.
Doordat vele Tibetaanse
monniken gevlucht zijn uit hun geliefde vaderland hebben wij
westerlingen kennis mogen maken met hun geloofsovertuiging,
het boeddhisme. Nu zijn er wereldwijd Tibetaanse
Boeddhistische Centra bekend, waar zelfs menige westerling
zich goed thuis voelt. In 1989 ontving de Dalai Lama de
Nobelprijs voor de Vrede en praktisch elke Westerling heeft
wel van hem gehoord.
De Tibetaanse Terriër is
sinds de jaren 1920 - 1930 geïntroduceerd in het
Westen en is nu wereldwijd bekend, zij worden gehouden
en gefokt van het Europese continent tot Amerika, Canada en
zelfs tot in New Zeeland.
Het is dan ook aan ons
de taak om het voortbestaan van dit eeuwen oude prachtige ras
met zijn op zichzelf staande geschiedenis in zijn land van
herkomst en de voor ons voorheen onbekende culturen, in
goede gezondheid voort te zetten.