|
|
Menige Tibetaanse Terrier gaat
graag mee in de auto, want waar de baas naar toegaat, gaan ze graag mee.
Toch kan het gebeuren dat uw viervoeter zich niet op zijn gemak voelt in
de auto en onrustig is, gaat kwijlen, janken of ontzettend hijgen. Dit is
natuurlijk vervelend voor de baas maar ook voor de hond zelf. Leer daarom
uw pupje al op een jonge leeftijd aan de auto en eventueel aan het
openbaar vervoer. |
|
|
Voorkomen is beter dan genezen
Als de pup het nest mag verlaten wordt
hij door zijn nieuwe baasjes opgehaald en hier begint al zijn eerste auto-rit en
voor sommige best een lange daar niet altijd de fokker bij u om de hoek woont.
Het beste is natuurlijk om te voorkomen dat een pup de autorit naar huis als
angstig ervaart. Ten eerste mag de pup een aantal uren van te voren niet gegeten
hebben, een goede fokker houdt hier ook rekening mee. Verder moet iemand
als chauffeur optreden, terwijl een ander zich met de pup bezig kan houden. Het
verdient de voorkeur de pup op de grond naast of tussen de voeten te plaatsen,
zodat deze in ieder geval niet verward wordt door het voorbijschietende
landschap. Een jonge hond kan ook rustiger zijn als hij op een doek of iets
dergelijks kan liggen waar de geur van het nest in zit. Onderweg kan de pup
worden afgeleid met een bal of een ander
speeltje. Zo
kunnen speelbeesten met piepertjes erin worden gebruikt, want behalve visueel
worden de pups dan tevens door geluid afgeleid. Het is aan te bevelen toch voor
de zekerheid bijvoorbeeld een krant of keukenrol mee te nemen, dat ruimt wat
gemakkelijker mocht er toch nog onverhoopt gebraakt worden. Heeft de pup tijdens
deze eerste rit inderdaad toch gebraakt ondanks al deze maatregelen, dan moet de
volgende autorit wat korter zijn met een zeer positief eindpunt, bijvoorbeeld
een wandeling met andere honden. Zorg dat de pup de auto gaat associëren met
leuke uitstapjes, zoals het park of de bossen. Blijkt de pup ook daarna nog
ernstig onder de indruk te zijn van de autorit en angstig te reageren dan zal
het langzamer opgebouwd moeten worden.
Dat mensen de puppy in bench of doos
plaatsen heeft toch een goede reden. De puppy heeft dan geen mogelijkheid om
ijdens de rit bij de bestuurder te komen. Dit moet men zien te voorkomen, ook
als de hond groter is. Verder moet je ook opletten bij het uitstappen, als de
hond los in de auto zit, dat de hond niet plotseling uit de auto de weg
opspringt. Hierdoor kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan. Men kan dit
gemakkelijk voorkomen door de hond te leren dat hij in de auto moet wachten tot
hij een commando krijgt. De baas moet de gelegenheid krijgen om de riem van de
hond te kunnen vastpakken. Een jonge hond moet geholpen worden om in de auto te
stappen omdat hij nog moet leren in de auto te springen.Wat nog belangrijker is,
help je hond met uitstappen. Uitstappen of beter gezegd uit de auto springen
doen zij al vrij snel, maar omdat zij ongecontroleerd springen kunnen zij
verkeerd terecht komen en een verstuiking oplopen. In het ergste geval kunnen
zij blijvend letsel oplopen aan de rug of heupen.
Auto-training
De hond dient daarbij het liefst ongeveer
6 uur voor vertrek geen eten meer te krijgen.
Iemand rijdt de auto terwijl een ander de
hond afleidt met allerlei spelletjes. De eerste rit moet niet langer worden
gemaakt dan een paar honderd meter. De afstand moet dusdanig zijn dat de hond
net niet angstig wordt. Bij terugkomst moet er een beloning wachten, een zeer
speciaal spelletje of een erg lekker tussendoortje, in ieder geval iets wat de
hond erg leuk of lekker vindt. Langzamerhand kunnen daarna de afstand en de
snelheid van de rit worden vergroot, er altijd voor zorgend dat de hond net niet
angstig en daarmee misselijk wordt. Dit laatste is erg belangrijk, zou er
namelijk onverwacht toch weer iets naars gebeuren, dan moet weer worden
teruggegaan naar het punt waar het nog net goed ging. Wees geduldig en rij
rustig om horten en stoten te voorkomen, wat wagenziekte bij uw hond kan
veroorzaken. Neem uw hond niet enkel en alleen mee in de auto naar de
dierenarts of voor lange autoritten. Dit kunnen vervelende ervaringen zijn die
uw hond zal associëren met de auto.
Wagenziekte
Het kan gebeuren bij zeer jonge hondjes,
dat zij tijdens de auto-rit erg onzeker zijn, waardoor zij sneller last hebben
van wagenziekte. Plaats daarom de pup zo laag mogelijk bij de grond van de auto.
Eventueel kunt u
reistabletjes gebruiken. Deze zijn
verkrijgbaar bij uw dierenarts of bij de betere dierenspeciaalzaak, lees goed de
bijsluiter en let wel op de dosering, daar de pup natuurlijk nog niet zoveel
weegt. Vaak groeit de pup naarmate hij ouder wordt er snel overheen
Blijkt je hond toch echt wagenziek te
blijven en verdwijnen die problemen niet naarmate hij ouder wordt, probeert u
dan het volgende:
Om van wagenziekte af te komen, moet je
je hond leren dat een auto leuk is. Geef daarom je hond te eten in de
stilstaande auto. Dwing hem nergens toe! Als hij z'n eten niet in de auto wil,
voer hem dan in de buurt van de auto. Lukt dat, dan schuif je z'n etensbak elke
dag een stukje dichterbij. Pas als je hond in een stilstaande auto eet en zich
ontspant, kun je een kort ritje maken. Is hij toch weer wagenziek, blijf dan met
je hond in de auto tot hij ontspant en niet meer misselijk is.
Is je hond eenmaal gewend aan de auto,
reis dan niet langer dan twee uur. Ook voor je huisdier is autorijden
vermoeiend! Loop af en toe een stukje, maar hou je hond wel aan een lange lijn.
Vooral in een vreemde omgeving, dicht langs de snelweg. Geef hem vóór een lange
autorit geen grote maaltijd, maar verdeel zijn voer en water in kleine porties
over de reistijd.
Veilig onderweg, zowel voor u als uw
Tibetaanse Terrier
Zelf doe je wel een gordel om, waarom je
hond dan niet?
Wist je dat een hond die niet vast zit
een aanrijding met een snelheid van 50 km per uur bijna nooit overleeft? En dat
een hond van zo’n twaalf kilo bij die snelheid een dodelijk projectiel wordt van
300 kilo. Je moet er niet aan denken, maar de risico’s zijn enorm.
Bij een botsing knalt een hond door de
voorruit of klapt tegen een autorek of stoel aan. Het gevolg: een zwaargewonde
hond die ook jou en de medepassagiers in gevaar brengt. Hoewel je zelf wel goed
ingesnoerd zit, kan zo’n ongeluk toch nog ernstige gevolgen hebben.
En een kooi dan?
Een kooi(bench) is niet altijd veilig.
Een kooi zal de hond in ieder geval niet beschermen bij een ongeval en de
vraag is of het sowieso wel veilig is voor de bestuurder en/of passagiers om een
kooi in de auto te gebruiken. Gebruikt u een kooi dan moet u er altijd voor
zorgen dat deze stabiel en vast staat.
De voordelen van een hondengordel:
* De hondengordel is ontwikkeld in
samenwerking met dierenartsen.
* Ontworpen zodat het niet de nek kan
beschadigen of wurgen.
* Is in iedere auto te bevestigen aan de
autogordel, en op verschillende lengtes in te stellen, zodat u zelf kunt
bepalen
hoe strak of los de hond
vastzit.
* De hondengordel is ook zeer geschikt om
mee te wandelen en om mee af te richten. Aan het harnas zit een riem zodat
je direkt vanuit de auto kunt
gaan wandelen met de hond.
* Beschikbaar in
verschillende maten. Dus voor iedere hond een goed passend en dus veilig harnas.
Hoe meet ik de maat van een hondengordel?
Meet met een flexibel meetlint de omvang
van de ribbenkast van je hond op het grootste punt, (dat is net achter de
voorpoten) terwijl de hond staat. Leg het meetlint vrij strak om je hond zodat
er nog een vinger tussen kan. Twee vingers ertussen is teveel ruimte!
Bij de betere dierenspeciaalzaak zijn
autigordels voor uw hond verkrijgbaar.
Denkt u eraan als u reist dat in
Duitsland, de hondengordel verplicht is!!!
Zorg altijd voor uw eigen veiligheid en
dat van uw Tibetaantje en laat hem
de auto-rit als jonge hond met plezier
ervaren, dit hoort u bij zijn socialisatie
voor zijn latere leven.