Wat is een allergie?
Allergie is een ongewenste
reactie van het afweerapparaat op lichaamsvreemde stoffen. Bij het
eerste contact met deze stoffen reageert het immuunsysteem door
antistoffen en afweercellen aan te maken. Bij een volgend contact
met dezelfde stof bepaalt het lichaam of en hoe het moet reageren.
Bij 5 tot 10% van de honden ontstaat een ernstige allergische
reactie, in plaats van geen of een geringe reactie. Bij dit
herhaalde contact met het zogenaamde allergeen reageert het
afweerapparaat met de productie van stoffen, die leiden tot een
ontstekingsreactie van de huid en het optreden van jeuk.
Wat is
Voedselallergie?
Voedselallergie betekent
overgevoelig zijn voor bepaalde stoffen in de dagelijkse voeding van
uw huisdier. Een goed functionerend afweersysteem reageert niet op
deze relatief onschuldige stoffen omdat ze geen schade aan het
lichaam toebrengen. Een verstoord/verzwakt afweersysteem reageert
daarentegen wel sterk op deze stoffen met alle gevolgen van dien.
In principe kan een
voedselallergie op alle leeftijden voorkomen, maar ze lijkt vaker
voor te komen bij jonge dieren. Het kan voorkomen dat een kat jeuk
krijgt, terwijl het dier al jaren achtereen hetzelfde voer krijgt,
een allergie wordt meestal langzaam opgebouwd. Omdat verschillende
merken voeders vaak bestaan uit dezelfde basiscomponenten en
eiwitbronnen, kan een allergie ook voorkomen bij dieren die steeds
verschillende voeders krijgen.
De voedingstoffen die vaak de
allergie veroorzaken zijn:
vooral eiwitten van bv. rund,
varken, kip, gluten enz.
Symptomen bij een
voedselallergie
De eerste tekenen van een
voedselallergie is meestal een huidprobleem, bijvoorbeeld een
huiduitslag die lijkt op eczeem. De huidproblemen kunnen echter van
huisdier tot huisdier anders zijn:
Een huidprobleem die gepaard
gaat met kleine korstjes. Dan met name jeuk op het kruis en de rest
van het achterlichaam, met als gevolg een ontstoken huid en veel
kleine korstjes in dit gebied. Dit wordt miliaire dermatitis
genoemd. Een huidprobleem die gepaard gaat met de vorming van een
reeks langwerpige knobbeltjes op een rij op de huid of als ronde,
goed begrensde, verhoogde plekken met een geel tot roze kleur.
Deze plekken en/of knobbeltjes
wordt een eosinofiel granuloom genoemd. De genoemde knobbeltjes
komen vaak voor in de knieholte, maar ze kunnen ook elders op het
lichaam voorkomen. Als ronde plekken kunnen ze voorkomen
bijvoorbeeld op de voetzolen, lipranden, mondholte en kin. Omdat
deze plekken meestal geen pijn of jeuk veroorzaken en de haren
erover vallen, worden ze vaak bij toeval ontdekt. Een eosinofiel
granuloom in de mondholte kan aanleiding geven tot overmatig
speeksel en slechte voedselopname. Het is niet alleen mogelijk dat
uw huisdier een eosinofiel granuloom ontwikkelt, maar -gepaard gaand
met jeuk- ook kale plekken door het vele likken. De verschillende
beelden kunnen naast elkaar voorkomen bij uw huisdier. Als er wel
jeuk aanwezig is, dan is in een groot deel van de gevallen de jeuk
gelokaliseerd aan de kop, oorschelpen en nek. Ook wordt er wel jeuk
over het hele lichaam gezien. Overproductie van talg waardoor de
huid bedekt wordt met (vettige) schilfers kan een andere aanduiding
zijn en als laatste behoren ook oorklachten tot de mogelijke
symptomen van een voedselallergie.
Bij 10-15% van de patiënten
met voedselallergie treden ook klachten op aan het
spijsverteringsstelsel zoals braken en/of diarree.
Behandeling
Klinisch kunnen de
huidproblemen tengevolge van een voedselallergie lijken op die van
een vlooienallergie en daarom moet een voedselallergie worden
vastgesteld via diëten. Voor het aantonen van een voedselallergie is
een commercieel hypoallergeen dieet niet betrouwbaar. Deze diëten
bevatten te veel verschillende voedselbestanddelen, waardoor een
negatief testresultaat nog geen voedselallergie uitsluit. Een goede
diagnose kan alleen worden gesteld met behulp van een eliminatiedieet. Indien hiermee
is aangetoond dat de allergie wordt veroorzaakt door een stof in het
voedsel moet uiteraard als eerste deze stof niet meer gegeven worden
aan uw huisdier. Dit lost meestal de huidaandoening niet direct op,
maar kan een nieuwe allergische reactie voorkomen.
Een goed eliminatiedieet moet zelf
worden bereid en bestaat uit een vleessoort (b.v. geitenvlees of
koolvis) die uw huisdier nooit eerder heeft gekregen (en er dus ook
nog niet overgevoelig voor is geworden) en gekookte rijst of
macaroni als koolhydraatbron. Het dieet moet minstens 6 weken
achtereen worden verstrekt, om een daadwerkelijk resultaat te kunnen
bewerkstellen. Er mogen geen andere voedselbestanddelen worden
gegeven, dus geen melk, snoepjes, worst of andere tussendoortjes. Dus ook
niet door de buurman of een kennis die op visitie komt, geheel NIETS
anders dan het voorgeschreven eliminatiedieet. Om te voorkomen dat
uw huisdier buiten op straat iets opeet, moet uw huisdier in deze
testperiode binnen worden gehouden of alleen onder begeleiding
worden uitgelaten.
De behandeling bestaat,
kortweg gezegd, uit het vermijden van de oorspronkelijke voeding
waarin de bestanddelen voorkomen waar uw huisdier allergie voor
heeft opgebouwd. Maar deze voeding moet uiteindelijk wel worden
vervangen door een commercieel hypoallergeen voer. Om er achter te
komen welk voer wel geschikt is voor de patiënt, kan na de diagnose
vaststelling met het eliminatiedieet, een testperiode met
verschillende hypoallergeen voeders worden ingevoerd.
Belangrijk is dat bij de
behandeling van de voedselallergie, behalve het voorkomen van een
nieuwe reactie, ook parallel daaraan het afweersysteem behandeld
wordt. Een symptomatische behandeling van de jeuk met
corticosteroïden heeft bij een voedselovergevoeligheid vaak op
langere termijn geen effect. Belangrijk is dat het voedsel waar het
huisdier gevoelig voor is niet meer wordt gegeven.
Om dit uit te testen wordt
er een allergische reactie uitgelokt met het normale voer of koekje
wat hij zo graag heeft (de zogenaamde provocatie). Elke week wordt
één van de voedselbestanddelen die het dier normaal altijd kreeg, in
kleine hoeveelheid bij het dieet gegeven. Als de hond in een
bepaalde week last krijgt, is het dus allergisch voor dat
specifieke voedsel. Dit moet dan dus niet meer gegeven worden. Als het
dier na een week geen klachten heeft, dan kunt U dit voedsel gewoon
weer geven.
Al met al is voedselallergie een
aandoening die niet alleen voor het dier maar ook voor de eigenaar
de nodige (praktische) problemen oplevert. Een ‘anti-jeuk’ prik is
dan een makkelijk, tijdelijk en zeer doeltreffend hulpmiddel,
alleen wordt op deze manier nooit de diagnose gesteld. Toch mogen
deze problemen niet opwegen tegen de mogelijkheid tot het stellen
van een diagnose, zeker wanneer het een jonge hond betreft.
Voedsel-allergie is geen rasgebonden probleem
en kan elke willekeurige hond overkomen.